Antropologen.nl

ABv congres brengt antropologen samen

Verslag ABv Congres 'Antropologische Praktijken'

Door Cylia Engels (Masterstudente VU)

 

locatie1

Op 29 en 30 oktober 2009 vond het tweejaarlijks landelijk congres van de ABv plaats. Bij aankomst op de congreslocatie 'het Fort aan de Klop'  in Utrecht was ik blij verrast: het was ronduit schitterend. Het terrein is via een ophaalbruggetje te bereiken en het fort zelf is omgetoverd tot een gezellig restaurant. De ontvangst en registratie vonden plaats op het terras, dat vanwege het zachte weer die dag uitermate geschikt was voor dit doel. De diverse panels vonden allen plaats in drie losse gebouwtjes die verspreid over het terrein lagen.

 

 

 

Tijdens dit congres komen academisch en niet-academisch gebonden antropologen bij elkaar om hun eigen 'antropologische praktijken' op tafel te leggen. Dit gebeurt in de vorm van panels, wat er dit jaar 18 in totaal waren. Verspreid over twee dagen werd een ruim scala aan onderwerpen behandeld. Steeds vonden er vier panels in verschillende zalen plaats waar een onderwerp werd gepresenteerd, waarna er ruimte was voor discussie. Centraal stond wat antropologie kan toevoegen aan verschillende onderzoeksterreinen.

Het ochtend programma bestond uit de opening van het congres door Peter Geschiere, de voorzitter van de ABv gevolgd door een lezing van Sarah Pink van de Loughborough Universiteit in Groot Brittannië. In haar lezing vertelde zij over haar ervaringen met het 'slaan van bruggen’ tussen antropologie en andere disciplines 'at home' en hoe met behulp van (audio) visuele publicatie een breder publiek bereikt kan worden dan de wetenschappelijke wereld alleen. Zie ook haar power pointpresentatie op deze website.

Image

Om half twee begonnen de eerste panels, wat het begin van een aantal lastige keuzes betekende. De verschillende panels behandelden onder andere visuele antropologie, buitenlands onderzoek als basis voor Nederlandse vraagstukken en antropologie in de wijk. De eerste bijeenkomst die ik besloot bij te wonen had als titel 'Antropologie in de coaching praktijk'. Dit panel vond plaats in een kleine, maar zeer gezellige ruimte die voor een groot deel werd gevuld door een tafel waaraan ongeveer 15 belangstellenden zich hadden geplaatst.
In dit panel stond de meerwaarde van 'de' antropologie voor 'het' coachingsvak centraal. Het paper dat gepresenteerd werd was van Lineke van Hal van de Universiteit van Maastricht. Zij heeft levensverhalen van mensen die in aanmerking komen voor arbeidsintegratie bestudeerd om zo tot vier ideaal-typische categorieën van wenselijke coaching te komen. Het panel bestond verder uit Jacqueline Franssens van 'Culture at Work', Carla Geenen van 'Coaching en Training' en Hans Ludwig van het 'Ludwigadviesbureau'. Roxane Beumer van 'Focus Nederland’ was aanwezig als convenor.

Image


Het voornaamste punt van discussie na de paperpresentatie was hoe het onderzoek van Lineke van Hal vertaald kan worden  naar de praktijk. Hier werden een aantal suggesties voor gegeven door verschillende deelnemers. De vier categorieën zouden onder andere meer duidelijkheid geven over de verschillende rollen die je als coach kan bekleden en deze indeling zou tevens nuttig zijn om de re-integratiedienst te verbeteren.
De stelling die na de presentatie geponeerd werd luidde: "Antropoloog en coach: twee onverenigbare rollen?". Hier werd verschillend op gereageerd: zo meende iemand dat je als antropoloog altijd een beetje aan het coachen bent en het zodoende ook niet kan scheiden, terwijl een andere deelnemer juist van mening was dat het onverenigbaar is, aangezien een coach zich op het individu richt, terwijl een antropoloog naar meerdere stemmen luistert binnen een bepaalde context. De uitsmijter van deze bijeenkomst kwam uit het publiek: "een coach is geen antropoloog, maar een antropoloog kan wel een coach zijn!".

ImageNa deze eerste bijeenkomst was het tijd voor een korte pauze, een kopje kruidenthee en wat lekkers. Nog altijd scheen het zonnetje en was het zeker geen straf om mijn kopje thee op het terras te nuttigen. Het tweede en laatste panel van deze eerste congresdag waar ik na mijn kopje thee naar toe wandelde, had als thema de rol van de culturele antropologie binnen de internationale samenwerking. Dit was echter geen lezing als de vorige en naast observatie was ook participatie gewenst. Convenor Reinout van Santen van Hivos deelde ons mee dat na zijn presentatie we de door hem voorgestelde methode, waarbij er wordt gekeken naar de meest significante verandering van een project in de ‘ontwikkelingssector’, zouden bekijken aan de hand van een heus rollenspel. Dit was een prettige insteek, zeker voor het laatste panel van de dag.

Het rollenspel werd gespeeld aan de hand van een fictief project, waarbij de deelnemers iemand uit dit project vertegenwoordigden. Het doel van het rollenspel was ons te laten zien hoe de methode van 'the most significant change' kan worden toegepast. Met behulp van deze methode kan worden nagegaan of de doelen van het project zijn bereikt. Tijdens de discussie na afloop van het rollenspel merkt iemand op dat het wel een heel westers idee is om je mening op tafel te leggen en het dus moeilijk is om via dorpsbijeenkomsten de mening van deelnemers aan het project te achterhalen, terwijl tijdens het rollenspel bleek dat dit de praktische manier van aanpakken is bij deze methode. Hier wordt op gereageerd dat het van de context afhankelijk is hoe het precies aangepakt moet worden. Verder wordt er als probleem genoemd dat de evaluatie meestal in een hele korte periode moet plaatsvinden, met alle gevolgen van dien.

Met deze kanttekening wordt dit panel afgesloten en is het de hoogste tijd voor een wijntje in het restaurant in het oude Fort, onder het genot van het muzikale spel van de Guinese kora speler Layiba Daiwara. De eerste dag zit er al weer op en ik vertrek met een voldaan gevoel huiswaarts. Ben benieuwd naar wat dag twee zal brengen!

De tweede dag waren de weergoden ons iets minder goed gezind en bij aankomst bood de congreslocatie een mistig tafereel. Deze dag was de planning iets anders dan de dag ervoor: om half tien begon het eerste panel waar er in totaal drie van zouden zijn, waarna het congres werd afgesloten door een lezing. Ook nu was er volop keuze tussen heel uiteenlopende thema's. Zo waren er panels rondom ontwikkelingssamenwerking, mijnbouw, duurzame ontwikkeling, bedrijfsantropologie, etnische diversiteit op de werkvloer en 'Writing Culture'.

Een aantal panels bestond uit twee sessies van anderhalf uur zodat er meer de diepte in kon worden gegaan. Ik heb een dergelijk panel bijgewoond met de titel: "Het geweldscontinuüm: antropologen over geweld". Dit panel vond plaats in de grootste zaal die onderdeel uitmaakte van de accommodatie. Tijdens de eerste sessie stonden studenten centraal: er werden twee Master onderzoeken gepresenteerd en een Bachelor project. Ook in de zaal zaten een aantal studenten en recent afgestudeerden. In dit panel werd het theoretisch concept ‘geweldcontinuüm’ van Nancy Scheper-Hughes en Philippe Bourgois als uitgangspunt gebruikt, waarmee relaties tussen diverse geweldstypen worden gelegd. Onderzocht wordt hoe direct politiek, structureel en symbolisch geweld weerklinken in alledaags geweld.

Janine Klungel van de Radbout Universiteit nam als convenor de introductie voor haar rekening. Het thema politiek geweld werd behandeld door Michiel Swinkels die zijn Masteronderzoek presenteerde over Kosovaren die in 1999 zijn gevlucht voor het politieke geweld van het Servische leger. De vluchtelingen werden in gastgezinnen opgevangen, wat vrij succesvol was. In een gezin heb je geen psycholoog nodig, je hebt meer rust, vertelde een respondent. Structureel geweld werd belicht door Hilke Engels, die voor de gevolgen van orkaan Katrina heeft onderzocht met betrekking tot ideeën over 'the American Dream' en hoe die bestaande ongelijkheid heeft versterkt. Tijdens de laatste presentatie werd symbolisch geweld behandeld door een studente, Isabel van Helmond, die als onderdeel van het vak 'geweld en antropologie' onderzoek heeft gedaan naar schoonheidsidealen op een middelbare school in Horst. Opvallende uitkomst was dat deze scholieren er vooral ‘gewoon normaal’ uit willen zien, zoals bijna iedereen. Een getinte huid vonden ze ‘niet normaal’.  

Na deze bespreking was er tijd om even een frisse neus te halen: het weer begon al aardig op te klaren. Uiteraard stond de verse koffie met iets lekkers alweer klaar. Na de pauze van een half uurtje ging sessie B van 'het geweldscontinuüm' van start. Er waren net als bij de eerste sessie zo'n 20 mensen aanwezig, al zag ik wel wat nieuwe gezichten. Ook maakte het vorige panel ruimte voor een nieuw panel dat bestond uit Meike Kuhl van de Universiteit Utrecht en Edien Bartels, Lenie Brouwer en Ibrahim Yerden van de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Tijdens deze sessie stond alledaags geweld centraal en de eerste presentatie was van Meike Kuhl die tijdens haar Research Master onderzoek heeft gedaan naar 'alledaags geweld' waar vrouwen in een 'blijf van mijn lijf' huis in Duitsland mee te maken hadden gehad. Een van haar conclusies was dat (familie)idealen een belangrijk onderdeel uitmaken van huiselijk geweld. Het overige panel legde tijdens hun gezamenlijke presentatie een brug naar 'eer-gerelateerd' geweld in Turkse en Marokkaanse gezinnen. Zij leveren kritiek op de term 'eer-gerelateerd' geweld. Deze wordt gebruikt in zowel Marokkaanse als Turkse context in Nederland, waarbij er sprake is van geweld in huiselijke kring, terwijl dit in deze landen zelf een hele andere betekenis heeft. Vanuit het culturele perspectief klopt deze term niet. Ook heeft juist de migratie van deze 'groepen'  veel invloed gehad op de familiestructuur en zijn er grote overeenkomsten tussen 'huiselijk' geweld in 'migrantengezinnen' en 'autochtone' gezinnen.

Het panel stelt de term 'gender geweld' voor die gebruikt kan worden door bijvoorbeeld hulpverleners, mede omdat er in bepaalde sociale kringen zoveel overeenkomsten zijn tussen gezinnen met verschillende culturele achtergronden, dat etniciteit bijna geen verschil meer maakt.

Na deze interessante sessies over geweld, staat er een goed verzorgde lunch voor ons klaar in het restaurant. We zitten aan een aantal lange tafels, wat contact leggen met mede congresgangers mogelijk maakte. Er werd dan ook gezellig gekletst. Met een aangevuld energiepeil, wandel ik met een aantal zojuist ontmoete antropologen richting de congreszalen. Voor de laatste keer moest er worden besloten welk panel ik wilde bijwonen.

Ik besloot nog maar even in de grote zaal te 'blijven', waar het onderwerp 'op weg naar interculturele kwaliteit van bestaan: casuïstiek uit zorg en dienstverlening' besproken zou worden. Dit panel was vier 'man' sterk en bestond uit: Frank Renders van de Universiteit van Leuven, Dirck van Bekkum die onafhankelijk antropologisch consulant is in de zorgsector, Alice Dallinga die werkt als senior beleidsmedewerker bij de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) en Karen Mogendorff van de Universiteit van Amsterdam. Het centrale thema van de presentaties is 'blinde vlekken' in zowel de zorgsector als in de antropologie. Deze vlekken worden volgens Alice Dallinga in stand gehouden door tegenstrijdige belangen. Dirck van Bekkum behandelde blinde vlekken rondom etnocentrisme en volgens Frans Renders is er te weinig oog in de zorg voor 'verschillen tussen culturele verschillen'. In het zichtbaar maken van deze vlekken speelt de antropoloog een belangrijke rol.

Image

Dit inzicht rijker neem ik, na een rondje te hebben gelopen, voor de laatste maal plaats in de grote zaal waar Peter Gestiere de slotlezing zou geven waarna hij na 7 jaar voorzitterschap van de ABv de hamer zou overdragen aan een nieuwe voorzitter. In de zaal hebben zich inmiddels meer dan 50 congresdeelnemers verzameld.

In de lezing van Peter Gestiere stond het nummer over 'Writing Culture’ van de 'Etnofor' centraal. Hij wil ons waarschuwen voor het gevaar van zelfverheerlijking: je moet als antropoloog je impressies serieus nemen, maar je moet ze altijd terugkoppelen naar je data. Verder heeft hij het over 'intimacy' en de moeilijkheid van het ‘close’ worden met informanten, waarna er met de verzamelde data naar buiten getreden moet worden. Hij kaart hij het idee van 'radical empircism' aan van Michael Jackson, waarbij er steeds terug gegaan moet worden naar de ervaringen in het veld, want “ervaring geeft kennis”. Ook noemt hij de mogelijkheid van kwantificeren: “je moet niet altijd kwantificeren, maar als je het kunt, moet je het niet laten”. Met de opmerking dat impressies prachtig zijn, maar je ook moet weten wat je informanten van je data vinden eindigt hij zijn laatste lezing als voorzitter.Image


Nadat Peter Geschiere een goede fles champagne overhandigd heeft gekregen van Jan Jansen als bedankje namens het bestuur, slaan de deuren achter ons open en komen er twee dames binnen met dienbladen vol gevulde champagneglazen voor een toost op de voormalige voorzitter. Na het laatste afscheidswoordje, wordt de nieuwe voorzitter voorgesteld. Dit is bestuurslid Thijl Sunier, hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Na de eerste woorden van de nieuwe voorzitter, waarin hij onder andere zegt dat hij zich ook op jonge antropologen wil richten en dat leerlingen op middelbare scholen ook antropologische kennis zouden moeten opdoen, is het tijd voor het laatste onderdeel van het congres: de winnaars van de loterij. Leden konden zich inschrijven voor deze trekking waarbij er twee workshops 'interculturele competenties' te winnen vielen. De gelukkigen zijn geworden: Jacquelina Franssens (Culture at Work) en Alana Kusch (Mikado): gefeliciteerd! Door middel van een borrel werd dit leerzame, dynamische en vooral erg gezellige congres afgesloten. Tot over twee jaar!