Antropologen.nl

Drie maanden lang vrouwen verleiden voor je scriptie

nrcnext blog :

Antropologiestudent Jitse Schuurmans (27) versierde voor zijn scriptie drie maanden lang vrouwen in het nachtleven van San Francisco. Die stad huisvest een subcultuur van vrouwenversierders. Pick-up artists noemen ze zichzelf. Met behulp van trucjes en bijzondere openingszinnen versieren ze de ene na de andere vrouw. Tenminste, dat is de bedoeling. Hun grote voorbeeld is de journalist Neil Strauss, hij schreef het handboek The Game (2005) en versierde onder anderen Britney Spears.

Journalist Eric van den Berg interviewde Schuurmans voor het Amsterdamse studentenblad Folia. Het stuk:

De kunst van het oppikken

Drie maanden lang uitgaan en vrouwen versieren: het is zelfs voor antropologische begrippen een wat ongewone manier om een scriptie te schrijven. Jitse Schuurmans deed het, in naam van de wetenschap.

Antropologiestudent Jitse Schuurmans (27) dook in een relatief obscure Amerikaanse subcultuur van vrouwenversierders: de seduction community. Binnen dit wereldje draait alles om de beste manier waarop je een vrouw kan benaderen en in bed krijgen. Versierders (die zichzelf pick-up artists of, afgekort, PUAs noemen) bespreken uitgebreid tactieken op internet, lezen boeken, en oefenen eindeloos op vrouwen in het echt. ‘Sommige jongens houden zelfs spreadsheets bij van wat ze uitproberen en hoe goed dat werkt,’ zegt Schuurmans. ‘Veel gaan ook naar dating schools, waar ze van een goeroe leren daten. Dat kan zakken met geld kosten.’

The Game

PUAs hebben klinkende artiestennamen zoals Mystery of Style en specialiseren zich soms in bepaalde onderdelen van wat zij ‘Het Spel’ (The Game) noemen. Sommigen zijn bijzonder goed over de telefoon. Anderen zijn experts op het gebied van serveersters. Een jongen die Jitse tegenkwam tijdens zijn onderzoek in San Francisco specialiseerde in seks in wc’s en paskamers met vrouwen die hij net had ontmoet. Schuurmans: ‘Hij deed het wel eens met drie verschillende vrouwen op dezelfde wc in één avond. Veel portiers uit het nachtleven kenden hem, omdat hij al een paar keer uit nachtclubs getrapt was.’

Schuurmans hoorde voor het eerst van het bestaan van de versierondergrondse toen hij het boek The Game: Penetrating the Secret Society of Pick-Up Artists las van de Amerikaanse journalist annex beroepsversierder Neil Strauss. Alhoewel de subcultuur haar wortels heeft in het werk van zelfverbetergoeroe Ross Jeffries (boze tongen beweren dat Tom Cruises karakter Frank T.J. Mackey uit de film Magnolia op deze man gebaseerd is), was het Strauss’ boek dat de subcultuur in 2005 wereldwijde bekendheid gaf. Schuurmans las het boek kort nadat het uit ging met zijn vriendin. Schuurmans: ‘Ik scharrelde toen veel , maar ik kon niet altijd de meisjes krijgen die ik wilde. Dat was soms best wel frustrerend. Toen ik The Game las dacht ik: wow, valt dit te leren?’

Na de eerste kennismaking begon Schuurmans meer boeken te lezen waarin de regels der kunst werden uitgelegd. Gaandeweg maakte hij kennis met de technieken die in het wereldje worden gebruikt, en kreeg hij het rijke jargon onder de knie. Vrouwen, daar wordt meestal aan gerefereerd met een nummer tussen de een en tien, dat aangeeft hoe mooi de dame in kwestie is. Soms volstaat de afkorting HB (Hot Babe). De versierder geeft vervolgens Demonstrations of Higher Value af, door terloops opmerkingen te maken die in zijn voordeel zijn. Tegelijkertijd beledigt de versierder de vrouw op speelse wijze, om haar zelfvertrouwen te verlagen. Klassiekers hierbij zijn: ‘Die nagels kunnen niet echt zijn’ of ‘Jeetje, je haar lijkt wel van stro!’ Hierdoor wordt de dame in kwestie ontvankelijker voor mannelijke toenadering, denken veel PUAs. Schuurmans experimenteerde zelf ook een beetje met de technieken. Dat leverde niet meteen resultaat op, maar hij raakte wel geïntrigeerd door het wereldje. Het idee voor zijn scriptie was geboren. Schuurmans wilde de cultuur onderzoeken door zich er helemaal in onder te dompelen. Het eerste gesprek met zijn begeleider zag hij daarom met angst en beven tegemoet. Schuurmans: ‘Wat ik ging voorstellen kwam toch neer op drie maanden uitgaan. Gelukkig was ze heel enthousiast.’ Alhoewel Schuurmans ook PUAs interviewde en online discussiefora afstruinde, vormde observatie ‘in het veld’ toch de hoofdmoot van zijn onderzoek. ‘Dat is toch een betere manier om erachter te komen wat mensen echt doen dan het ze te vragen,’ aldus Schuurmans.

Participerende observatie

Begin dit jaar vloog Schuurmans naar San Francisco om aan zijn veldwerk te beginnen. Hij verrichte zijn onderzoek vanuit een onwaarschijnlijke thuisbasis: een huis in de homowijk van de Californische stad, dat hij deelde met vier vrouwen, waaronder twee lesbiennes. Een van zijn huisgenootjes kende een meisje dat sekstrainingen gaf (‘hands-on,’ aldus Schuurmans). Zij had wel eens lesgegeven aan de lokale versierclub, wat Schuurmans een ingang gaf bij de ietwat gesloten gemeenschap. Schuurmans won al snel het vertrouwen van de versierders. Hij kreeg toegang tot hun internetforum, waarop ze tips en trucs uitwisselden, en ging met de lokale PUAs op stap om vrouwen te versieren. Vrijwel elke werkdag ging Schuurmans een paar uur op stap met een Indiase PUA. Daarnaast was hij ongeveer vijf nachten in de week in nachtclubs te vinden. Geheel in lijn met de antropologische traditie van participerende observatie probeerde Schuurmans zelf ook vrouwen aan de haak te slaan. ‘Ik houd onwijs van flirten,’ aldus Schuurmans. De opbrengst: een heleboel telefoonnummers die meestal linea recta de prullenbak ingingen. Schuurmans begon namelijk kort na aankomst in San Francisco een relatie met een van zijn huisgenootjes en bleef haar de komende maanden ‘min of meer’ trouw. Het wilde nachtleven van Schuurmans leidde wel tot frictie tussen hem en zijn vriendinnetje. ‘Ze was er op het laatst niet helemaal meer blij mee dat ik telkens weer de hort op ging, maar ze wist dat onze relatie van korte duur zou zijn’ aldus de antropologiestudent. ‘Toen ik terugging naar Amsterdam was het over.’

Schuurmans kwam er al snel achter dat hij een nogal idealistisch beeld koesterde van de versierdersgemeenschap. Schuurmans: ‘In The Game wordt het nogal glamoureus voorgesteld allemaal, maar op de avonden waar ik kwam was het doorgaans een treurige bedoening. Jongens die wanhopig zitten te flirten, handpalmen proberen te lezen en allemaal dezelfde grappen en openers vertellen.’ Schuurmans vroeg zich af en toe af waaraan hij was begonnen. ‘Ik kon mijn lachen in het begin soms niet inhouden.’ Bijzonder hilarisch vond hij de maandelijkse meet van de lokale versierdersclub op Union Square, het centrale plein van San Francisco: ‘Er zitten dan een stuk of zestig jongens op dat plein die als honden op elke passerende vrouw afspringen. Als er dan eenmaal eentje een gesprek heeft aangeknoopt, beginnen de jongens met meer ervaring driftig tekens te geven aan die jongen om hem te leren wat hij moet doen. Te bizar voor woorden.’

Manelijkheid

Schuurmans ontdekte ook veel verborgen leed in de gemeenschap. Sanjeeb bijvoorbeeld, de Indiase jongen met wie hij elke dag tijdens de lunch op stap ging, omschrijft hij als ‘een eenzame jongen’. Met het versieren had hij weinig succes. In de drie maanden dat Schuurmans in San Francisco was sprak Sanjeeb in zijn bijzijn een paar honderd vrouwen aan. Slechts eenmaal leverde dit ook daadwerkelijk seksueel contact op: met een dikke, schele Koreaanse toeriste die nauwelijks een woord Engels sprak. Schuurmans: ‘Maar daar was hij wel erg gelukkig mee.’ Volgens Schuurmans is Sanjeeb typerend voor veel jongens uit de versierdersgemeenschap van San Francisco. Sanjeeb was naar de stad gekomen om het te maken in de IT, had weinig vrienden en kwam via zijn werk uitsluitend met mannen in contact.

Toch is het volgens Schuurmans niet zo dat de seduction community louter uit kneuzen bestaat. Hij kwam ook jongens tegen die daadwerkelijk bijzondere vaardigheden bezaten op versiergebied. Erik de wc-specialist is daarvan het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld. Deze jongen deed het regelmatig met meerdere vrouwen op een avond. Zijn technieken waren weinig intuïtief. Een gespreksopener die hij veel gebruikte: ‘Ik wilde je in je nieren stompen, maar je ziet er lief uit, dus ik denk dat ik dat maar laat. Bovendien denk ik dat je me toch verrot zou kunnen slaan.’ Schuurmans probeerde het ook, maar succes had hij niet. Een vrouw dreigde hem zelfs echt te slaan, nadat Schuurmans met materiaal van Erik op de proppen kwam. Schuurmans: ‘Ik was aan het einde van de avond echt depressief. Het kostte me twee dagen om daarvan bij te komen.’

Schuurmans betoogt in zijn scriptie dat de PUAs een traditioneel ideaal van mannelijkheid nastreven. ‘Hun mannelijke waarden zijn zaken als zelfvertrouwen en dominantie,’ zegt Schuurmans. De versierstrijd wordt gezien als een soort survival of the fittest. Paradoxaal, volgens Schuurmans. ‘Ze zien hun mannelijke waarden en het versiergebeuren als biologische gegevens, terwijl ze zelf heel erg bezig zijn zichzelf cultureel te vormen.’ Volgens Schuurmans houden de meeste succesvolle versierders er dan ook eigen filosofieën op na. ‘Voor hen werkt dat dan,’ aldus Schuurmans. ‘Maar volgens mij maakt het niet zoveel uit wat je zegt, zolang je maar rustig en zelfverzekerd over komt. Het gaat meer om geloofwaardigheid dan om techniek.’ Of dat een vaardigheid is die kan worden aangeleerd, daar is hij nog niet over uit. ‘Sommige dingen werken wel. Je moet het luchtig houden, leuk. Een vrouw een beetje liefelijk plagen.’ Toch moet volgens Schuurmans iedereen zijn eigen weg vinden op versiergebied. ‘Er is geen universele theorie. Iedereen moet zijn eigen manier vinden.’

Schuurmans sprak voor zijn scriptie uitgebreid met de lokale versiergoeroe Erik. Een paar tips van de meester.

1. Geef op serieuze vragen nooit serieuze antwoorden. Als een meisje vraagt: ‘Wat doe je voor werk?’ kun je saai antwoorden: ‘Ik ben student,’ maar ook ‘Ik ben piraat. Lachen joh, beetje schepen overvallen en je komt nog eens ergens.’

2. Een creatieve opening: kies een leuk jurkje uit bij de H&M en loop ermee op een meisje af en vraag haar: ‘Heb ik een dikke kont in dit jurkje?’

3. Een goede versierder heeft altijd zijn antwoord klaar. De opmerking: ‘Ik heb al een vriendje,’ beantwoordde Erik steevast met: ‘Mooi, dan heb je iemand om voor je te zorgen als ik er niet ben.’

4. Wees niet bang om snel fysiek te worden. Als je haar niet zoent wanneer je denkt dat het kan, gaat het daarna waarschijnlijk niet meer lukken. Als ze niet wil, kan het later misschien nog.

5. Hou je aan de drie-secondenregel: spreek haar aan binnen drie seconden nadat je haar ziet. Als je eerst een half uur jezelf moed gaat indrinken, verlies je je waardigheid en maak je het jezelf moeilijker.

6. Zorg dat je omringd bent door mensen met wie je het leuk hebt. Hierdoor zijn anderen veel ontvankelijker als je ze aanspreekt.

Bron: www.nrcnext.nl 8Juni 2009 &

Folia: Eric van den Berg
freelance journalist

De kunst van het oppikken

Folia, 15 mei 2009